
Mi Dushi Korsow
'We zijn een weekje naar Curaçao geweest.'
Het klinkt simpel en nodigt de meeste mensen niet uit tot verder vragen dan 'Lekker bruin geworden?', of 'Mooi weer gehad?' Vragen waarvan je overigens nooit bang hoeft te zijn dat het antwoord 'nee' is. Maar wie slechts voor de zon dit onderdeel van ons Koninkrijk der Nederlanden bezoekt doet zichzelf én Curaçao tekort.
Curaçao is een goed bewaard geheim
Ze heeft alles wat goed is voor een mens en wat het leven de moeite waard maakt. Zonlicht, frisse zeelucht, sappig fruit en gerijpte groenten, menselijke schoonheid en vooral... heel veel liefde. Je hoort de liefde bij alle mensen op het eiland in hun stemmen doorklinken. Bewoner of toerist, groot of klein, arm of rijk: kom niet aan Curaçao. Of je komt aan hen.
Met drie bovenwindse en twee benedenwindse broers en zusters heeft Curaçao het niet makkelijk.
Waar bij de een de stranden nog witter zijn, bij de ander het koraal nog mooier is, bij weer een ander de mensen nog relaxter zijn en op een vierde eiland het toerisme nog bloeiender is, schommelt het langgerekte eiland met de bijnaam Dushi Korsow (lief Curaçao) er tussenin.
Met vallen en opstaan groeit Curaçao op tot volwassenheid en wat een unieke persoonlijkheid blijkt het te zijn! Een geluksvogel met alle positieve trekken van de Antillen-familie samengevoegd en in zich verenigd. Duiken én snorkelen, zwemmen, zonnen, lachen, ontspannen, vrienden maken, shoppen, gokken, ontdekken, genieten en uitgaan.
Deze 'natural beauty' heeft het
Wie op Curaçao aankomt merkt het optimisme dat heerst op het hele eiland direct: een moderne luchthaven, een efficiënt immigratiesysteem en een warm Bonbini (Welkom) van de correcte jongeman in zijn smetteloze uniform achter het paspoortloket.
Buiten, waar het 30 graden is en de passaatwind heerlijk verkoelt, heerst een opgewonden stemming. Vallen familieleden elkaar blij in de armen en stappen toeristen vol verwachting in hun taxi die ze zal brengen naar hun resort. De rit er heen is de eerste ontstress-ervaring. Met één arm losjes aan het stuur koerst de chauffeur met het verkeer mee dat op één van het handjevol hoofdwegen niet harder rijdt dan 70 kilometer per uur. Alle tijd om de kabrieten (wilde geiten) langs de weg aan de kunuku (wildernis) -planten te zien knabbelen en de oude mannen loom domino te zien spelen in de schaduw van de flamboyantboom.
Een rijtje toko's (winkels), een kapsalon en een bar vormen een klein winkelcentrum. Eenvoudige huizen waar de passaat door de openstaande shutters (raam blindering) en deuren waait, laten zien dat de mensen hier met veel minder toe doen dan in Nederland. Zijn ze gelukkig? Als kleurloze Macamba (Nederlandse) schat ik in van wel! Wat wil je eigenlijk nog meer dan een kleine bungalow met porch (veranda) waar een varen in een mand aan een ketting hangt, een schommelstoel je in slaap sukkelt en de zee nooit verder weg is dan een half uur?
Shoppen misschien?!
Met de ouwe getrouwe Antilliaanse gulden of US dollars op zak doe je in het centrum van Willemstad, Punda - Punt - en Otrabanda - andere kant - goede zaken en unieke vondsten. Na een frozen Limonchi - limoenlimonade over een glas vol geraspt ijs - en een Amstel Bright kun je er weer tegenaan en loop je in de straatjes tussen de Heerestraat en de Floating Market in de vele T-shirt- en schoenenwinkeltjes tegen de leukste dingen aan. Breed glimlachende dames in de Familystore - een winkel voor elk wat wils. Uitzicht op de 'swinging old lady', de Emmabrug, die net opent voor cruiseschip Freewinds. Dubben waar te eten: het wordt een emmer kip van Kentucky Fried Chicken, opgegeten langs de handelskade.
Curaçao is uniek door haar echtheid
Kijk verder dan je toeristenneus lang is en huur een auto. Tune in op je nieuwsgierigheidgevoel en sla de weggetjes in die je passeert. Eet in de eettentjes die je tegenkomt. Aan de Noordkant, voorbij Groot Sint Joris vergaap je je aan het spektakel van de ruige Caribische zee op Boca Tabla. Op de Westpunt zorg je dat je het restaurant op de punt, Playa Forti, niet overslaat en sla je de jongelui gade die voor je neus tien meter van de klif in zee springen.
Je bent om tien uur op Daaibooibaai om Kees 'Koffie, koffie!' te horen zingen. Je drinkt een Fruit Punch op de boardwalk van Playa Porto Marie.
Geniet van de onderwaterwereld bij Sint Michielbaai en zie hoe de vissers in de namiddag hun buit binnendragen.
Blijf op de Emmabrug, of, zoals de brug in de volksmond wordt genoemd, de pontjesbrug, staan als deze open gaat en mijmer terug naar de tijd dat deze bijzondere brug gebouwd werd, 1888.
Bestel bij zonsondergang een Pineapple Rum in de openluchtbar van het Plaza hotel en zwaai naar de in- en uitvarende cruiseschepen.
Slenter 's avonds langs de kade van Punda waar vaders met hun zoontjes vanaf het muurtje zitten te vissen.
Het in 1796 gestichte Fort Nassau is reeds decennia lang een restaurant. Van hieruit heb je een prachtig uitzicht over Willemstad en de drie grootste werkgevers van het eiland rond de Sint Annabaai: de marine, een Venezolaanse olieraffinaderij en de grootste natuurlijke haven ter wereld.
Ga langs het Curaçao Tourist Board op Pietermaai in Punda en vraag, vraag, vraag! Over de Afrikaanse en Joodse invloeden, de grotten, de duikmogelijkheden, klein Curaçao, de culturele activiteiten en naar boeken van Curaçaose schrijvers.
Probeer, in Nederland al, de boeken van Miep Diekmann te pakken te krijgen, vooral Padu is gek en De Boten van Brakkeput.
Curacao ademt 'fris', 'vers' en 'vrolijk'
Niet in de laatste plaats komt dit door de vele jonge ondernemers die prachtige etablissementen openen waar de eilander en toerist heerlijk kan eten, drinken en loungen. Hoe positief dit ook is voor de economie van het eiland, op Curacao houd je de keus tussen het continue loungeritme en het eeuwige ritme van de branding in de talloze baaitjes van Curaçao.
Koester het unieke karakter van deze Koninkrijkstelg, die met haar zachte 'poco poco' ('rustig, rustig') instelling vaak beter begrijpt waar het leven om draait dan die opgejaagde moeder aan de koude Noordzee.